De route van deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes loopt voor een groot deel door de vallei van de Geul. Deze rivier stroomt in het grensgebied van België, Duitsland en Nederland. Er zijn tal van voorjaarsbloeiers die je langs de Geul kunt bewonderen, waaronder bosanemonen, wilde narcissen en speenkruid. De vallei is echter vooral bekend als toplocatie voor daslook, die vanaf eind april tot begin juni schitterend in bloei staat. Wegens de aanwezigheid van zink in de bodem, bloeien er in het voorjaar ook zeldzame plantensoorten zoals zinkviooltjes en zinkboerenkers. Een unieke tocht van 8,0 kilometer (eventueel uit te breiden tot 10,5 kilometer) die je langs het Geuldal, de vroegere zinkmijn van Plombières en het bedevaartsoord Moresnet-Chapelle brengt!
(Kaartgegevens: OpenStreetMap)
Vertrek- en eindpunt
Kerk Saint-Rémy in het centrum van Moresnet
Coördinaten vertrek- en eindpunt
N: +50.720936° O: +5.988549°
Afstand
8,0 kilometer, eventueel uit te breiden tot 10,5 kilometer
Parkeren
In het centrum van Moresnet, langs Rue du Village
Openbaar vervoer
Met de trein tot station Welkenraedt. Vervolgens met bussen van TEC (buslijnen 710 en 711) tot bushalte Moresnet Village
Toegankelijkheid voor rolstoelen
De route is niet toegankelijk voor rolstoelen
Bezienswaardigheden
In de bloeiperiode (half april - juni): daslook en zinkflora in bloei. Spoorwegviaduct van Moresnet, vallei van de Geul, voormalige zinkmijn van Plombières, Huis van de Mijnsite, Geultunnel, uitzichtpunt Belle Vue, bedevaartsoord Moresnet-Chapelle, kasteel Bempt, Huis van de Streekeigenheid Moresnet, watervalletje in de Geul
Eten en drinken
Restaurant La Veranda, Rue du Village 67 (Moresnet) - restaurant Auberge de Moresnet, Rue du Village 75 (Moresnet) - restaurant Belle Vue, Rue de la Clinique 2 (Moresnet-Chapelle)
Gpx- en pdf-bestanden van deze wandeling
Raak de weg niet kwijt in de valleien van de Fuhrtsbach en Perlenbach! Wie wil wandelen met gps-navigatie op smartphone of wandel-gps, kan hieronder het gpx-bestand van deze wandeling downloaden (te gebruiken met een navigatie-app). Even Op Stap biedt ook twee pdf-bestanden aan met een gedetailleerde wandelkaart, de tekst en afbeeldingen van dit artikel. Deze pdf-bestanden kun je gemakkelijk afprinten of bekijken op je smartphone. Voor het gpx-bestand en de twee pdf-bestanden samen vragen wij een kleine bijdrage van 1,95 euro. De bestanden zijn onmiddellijk beschikbaar na online betaling.
Wandeling langs daslook en zinkviooltjes in het dal van de Geul
De Geul ontspringt in het grensgebied van Duitsland en België, nabij de plaats Lichtenbusch. De rivier stroomt via het Belgische Kelmis, Moresnet, Plombières en Sippenaken naar de Nederlandse grens. De Geul passeert verderop de Nederlandse gemeenten Epen, Gulpen en Valkenburg om tenslotte in de Maas uit te monden bij Bunde. In de omgeving van Kelmis, Moresnet en Plombières loopt het water van de Geul door een zinkrijke bodem, waardoor zink stroomafwaarts wordt meegevoerd. Dit verklaart waarom er op de oevers van de rivier zeldzame ‘zinkplanten’ gedijen, met als voornaamste voorbeeld het zinkviooltje.
Naast het zinkviooltje getuigen ook planten als zinkboerenkers en zinkschapengras van de aanwezigheid van zware metalen in de bodem. In de gemeenten Plombières en Kelmis werd er overigens eeuwenlangs zinkerts en looderts uit de bodem gehaald. De zink- en loodwinning in de streek bereikte een hoogtepunt in de 19de eeuw. Deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes loopt onder meer over het domein van de voormalige zinkmijn van Plombières, dat tegenwoordig een natuurreservaat is. Buiten de typische ‘zinkflora’ bloeien er in het dal van de Geul in het voorjaar nog tal van andere planten. Tussen Moresnet en Plombières tref je bijvoorbeeld massaal daslook aan op de oevers van de Geul.
Moresnet: starten met de wandeling langs daslook en zinkviooltjes
Deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes start in het centrum van het dorp Moresnet. Je kunt je wagen parkeren langs Rue du Village, dicht bij de kerk. Wie met het openbaar vervoer komt, stapt af bij de TEC-bushalte Moresnet Village. Tegenwoordig is Moresnet een deelgemeente van Plombières. Meer dan 200 jaar geleden echter, tijdens de Franse overheersing van dit gebied, was de oppervlakte van de gemeente Moresnet veel groter. Het grondgebied van Moresnet omvatte toen ook de dorpen Kelmis en Neu-Moresnet. Na de val van Napoleon in 1815 werd Moresnet verdeeld tussen het toenmalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen.
Die opsplitsing van Moresnet ging niet van een leien dakje. Zowel het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als Pruisen wilden de waardevolle zinkmijn in Kelmis in bezit krijgen. De onderhandelaars raakten het onderling niet eens. Daarom werd beslist om het deel van Moresnet waarin de zinkmijn lag (in het dorpje Kelmis) tot neutraal gebied te verklaren. De opbrengsten van de zinkmijn zouden verdeeld worden tussen Pruisen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit neutrale landje, dat bestond vanaf 1816 tot 1920, werd ‘Neutraal Moresnet‘ genoemd. De geschiedenis van Moresnet wordt nadien nog ingewikkelder – zet je schrap.
In 1830 scheurde België zich af van Nederland en het resterende Moresnet werd Belgisch grondgebied. Neutraal Moresnet bleef neutraal gebied en Neu-Moresnet bleef Pruisisch. Het punt waar de grenzen van deze landen samenkwamen, vormde vanaf 1830 het vierlandenpunt België – Nederland – Pruisen (Duitsland) – Neutraal Moresnet. Na de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog, kreeg België er Duitse gebieden bij. Neu-Moresnet werd Belgisch. De neutrale staat Neutraal Moresnet werd opgeheven in 1920 en ook toegewezen aan België. Het vroegere Neutraal Moresnet en Neu-Moresnet vormen nu samen met Hergenrath de Duitstalige Belgische gemeente Kelmis. Het resterende Franstalige Moresnet behoort tegenwoordig tot de Belgische gemeente Plombières. Het vroegere vierlandenpunt vormt sinds 1920 het drielandenpunt België – Nederland – Duitsland. Tot zover de zeer complexe geschiedenis van Moresnet.
Wandelen van Moresnet naar Plombières: daslook en zinkviooltjes spotten
Het eerste wat je opvalt als je in Moresnet arriveert, is het zeer lange en hoge spoorwegviaduct over het dal van de Geul. Dit viaduct werd al gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916 om precies te zijn. De plannen werden getekend door Duitse ingenieurs, maar de bouw gebeurde vooral door krijgsgevangenen uit Duitse kampen. Tijdens WOII werd het viaduct tot twee keer toe gedynamiteerd, maar telkens terug opgebouwd. In de periode 2002-2005 volgde een grondige renovatie. Over het viaduct loopt spoorlijn 24, die de Antwerpse haven verbindt met de Duitse stad Aken en het Ruhrgebied. Met een lengte van 1107 meter is het viaduct van Moresnet een van de langste spoorwegviaducten in België.
Deze wandeling start voor de ingang van de kerk van Moresnet. Als de deuren geopend zijn, neem dan eerst even een kijkje in het kerkgebouw. De kerk Saint-Rémy de Moresnet werd opgericht in 1654 en uitgebreid in 1880 met de klokkentoren. Opvallend zijn het plafond (tongewelf), het hoofdaltaar uit 1858 en het orgel uit 1870. Je ziet er ook een klok waarvan beweerd wordt dat dit de oudste kerkklok in België is. De klok stamt uit het jaar 1277.
Vanaf de kerk wandel je eerst enkele tientallen meter naar rechts tot aan de hoofdstraat Rue du Village, en vervolgens naar links op Rue du Village tot aan de brug over de rivier de Geul. Vlak voor deze brug, aan je rechterzijde, zie je een herdenkingsmonument voor twee Amerikaanse soldaten die hier gesneuveld zijn in de Tweede Wereldoorlog. Sla hier rechts af en volg het pad langs de oever van de rivier. Al snel laat je de bewoonde wereld achter jou en wandel je in de natuur. Je moet een draaipoortje passeren om door een weide te wandelen langs de rivier. Er kunnen paarden of koeien staan in deze weide, maar als jij de dieren gerust laat, laten zij jou ook gerust. Op de heuvel aan je rechterzijde kun je hier in de bloeiperiode de witte bloempjes van daslook bespeuren.
Daslook (Allium ursinum) is een voorjaarsbloeier uit de narcisfamilie. Als je midden tussen bloeiende daslook staat, is de geur van knoflook onmiskenbaar. Vooral geplette bladeren van daslook reuken sterk naar knoflook. De plant staat in bloei vanaf half april tot begin juni, met opvallende witte bloemen. Een eindje verder op deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes, bereik je een gebied waar daslook massaal groeit op de oevers langs de Geul. De rivier maakt hier een bocht naar links en stroomt door beboste heuvels. Dit is een toplocatie om bloeiende daslook te bewonderen!
Naar de mijnsite van Plombières langs een voormalige spoorlijn
In het dal van de Geul, langs heuvels met bloeiende witte daslook, brengt deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes jou naar een voormalige spoorwegbrug over de rivier. Over deze brug loopt tegenwoordig de fiets- en wandelroute RAVeL 39, een route die helemaal doorloopt naar het Drielandenpunt België – Nederland – Duitsland. Vroeger was dit een spoorlijn die langs de zink- en loodmijn van Plombières liep. Vanaf het wandelpad langs de Geul ga je de berm op rechts van de spoorwegbrug en sla je af naar rechts. Zo’n twintig meter verder ga je links door een draaipoortje terug het grasland in, waar je terug de oever van de Geul volgt. In het voorjaar bloeit hier een typische zinkminnende plant: zinkboerenkers.
Zinkboerenkers (Thlaspi caerulescens) is een vrij zeldzame plant die je alleen terugvindt op bodems die zink bevatten. Langs de oevers van de Geul in België en Nederland is zinkboerenkers een typische plant die behoort tot de ‘zinkflora’ in deze streek. De plant staat in bloei van april tot juni. Wandel voort door het grasland langs de rechterover van de Geul tot je alweer aan een voormalige vervallen spoorwegbrug komt, waar je onderdoor gaat. Wandel nog een eindje verder om terug op het traject van RAVeL39 te komen en sla af naar links. Blijf RAVeL39 volgen tot aan de voormalige zinkmijn van Plombières.
Enkele tientallen meter verderop passeer je aan je rechterzijde een voormalige kalkoven. Deze kalkoven, die permanent werd verwarmd, stamt uit 1859. De oven diende om gebluste kalk te maken uitgaande van kalksteen. De route RAVeL39 loopt langs de rechteroever van de Geul richting Plombières. Op de hellingen langs het traject tref je hier en daar bloeiende daslook aan, evenals tal van andere voorjaarsbloeiers zoals witte en gele dovenetel. Bij het kruispunt van RAVeL39 met een verharde weg (Chemin de Schimper) ga je rechtdoor. Wandel voorbij dit kruispunt nog ca. 150 meter verder om de ingang van de voormalige mijnsite van Plombières te bereiken.
Wandeling langs zinkviooltjes en andere zinkplanten op de voormalige mijnsite van Plombières
Deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes brengt je nu in een gebied waar je kenmerkende plantensoorten aantreft die alleen groeien op een ondergrond die zink bevat. De toegang tot de voormalige mijnsite van Plombières vind je aan de rechterzijde van het fiets- en wandelpad RAVeL39. Een bord met een plattegrond van de site toont je waar je je precies bevindt. Ga het terrein op en neem bij de eerste splitsing van wandelpaden het pad rechts.
Het wandelpad loopt langs de rand van de site, waar zich merkwaardige rotswanden bevinden. De kalksteenrotsen die je ziet, stammen uit het geologische tijdperk van het Carboon. Ze zijn zo’n 320 miljoen jaar oud! Tot in het midden van de 20ste eeuw bevond zich hier een steengroeve, waar men kalksteen uit de bodem haalde.
Voorbij de rotswand volg je het wandelpad rechtdoor. Je bereikt een open grasvlakte, waar je wat verderop stortbergen ziet die steenresten bevatten van de vroegere zink- en loodmijn. Dit terrein is een natuurgebied, waarvan het beschermde deel omheind is en afgesloten met poortjes. De bodem bevat hier nog steeds grote concentraties van zware metalen als zink, lood en cadmium. De planten die hier toch nog groeien, zijn zeldzame soorten die behoren tot de zinkflora.
Hoewel de poortjes meestal niet op slot zijn, is het niet de bedoeling dat je zonder begeleiding of toestemming in het beschermde deel van het natuurgebied rondstapt. Vanachter de omheining kun je echter ook de typische zinkflora zien die op deze giftige grond kan groeien. Zinkviooltjes, zinkboerenkers, zinkschapengras en (zink-)Engels gras gedijen uitstekend op het terrein. Het (zink-)Engels gras (Armeria maritima subsp. halleri) bloeit van mei tot juli met paars-roze bloempjes.
De meest bekende vertegenwoordiger van de zinkflora op de mijnsite is echter het zinkviooltje (Viola calaminaria). Dit schattige plantje draagt gele bloempjes en bloeit van april tot juli. Je kunt het op meerdere plaatsen aantreffen op de voormalige mijnsite van Plombières, maar ook op de oevers van de Geul. In Nederland is het zinkviooltje wettelijk beschermd.
Voor het poortje bij het beschermde deel van het natuurreservaat volg je het paadje dat naar links langs de omheining van het terrein loopt. Dit paadje loopt verderop evenwijdig met de Geul. Steek het bruggetje over de Geul aan je linkerzijde over. Voorbij het bruggetje sla je haaks af naar links. Ga vervolgens rechtdoor tot je aan de achterzijde van het gemeentehuis van Plombières komt. Vroeger stond op deze plaats het treinstation van Plombières, dat in 1975 werd afgebroken. Ga haaks naar rechts en volg weer de RAVeL39-route, tot je aan een plein komt waarop het ‘Huis van de Mijnsite‘ (‘Maison du Site Minier’) staat.
Van het Huis van de Mijnsite naar de Geultunnel
In het Huis van de Mijnsite kom je alles te weten over de geschiedenis van de zink- en loodmijn in Plombières, vanaf het prille begin in de 14de eeuw tot de grote industriële exploitatie in de 19de eeuw. Bovendien krijg je veel toeristische informatie over deze regio in het Land van Herve, dicht bij het Drielandenpunt België – Nederland – Duitsland. Een bezoek aan de expositie is gratis. Het Huis van de Mijnsite is overigens het oudste huis in Plombières. Volgens onderzoek van de gebruikte houtsoort stamt het huis uit 1644-1645.
Als je terug buiten komt na je bezoek aan het Huis van de Mijnsite, ga je naar rechts en volg je het pad tot aan RAVeL39. Sla af naar rechts en volg enkele tientallen meter de RAVeL39-route. Neem vervolgens het kiezelpad aan je linkerzijde, terug het voormalige mijnterrein op. Een informatiebord geeft aan dat hier in de 19de eeuw een spoorwegviaduct stond. Op het eerstvolgende kruispunt van paden neem je het pad haaks links. Blijf dit pad rechtdoor volgen (negeer de zijpaden links). Na ongeveer 80 meter passeer je aan je rechterzijde de plaats waar zich vroeger een van de voormalige mijnschachten bevond (Renaissance I). De mijnschacht zelf is afgesloten, maar een stenen cilinder geeft ongeveer de plaats aan. Je moet een klein stukje een zijpaadje rechts ingaan om er te geraken.
Keer terug naar het hoofdpad waar je daarnet over wandelde, en ga in dezelfde richting verder. Je bereikt opnieuw de Geul, die hier over een verlegd traject loopt. In 1862 werd de rivier over een lengte van drie kilometer gekanaliseerd en 540 meter omgeleid, omdat de mijngangen regelmatig onder water liepen door insijpelend water van de Geul. Ga voor de brug over de Geul even naar links om de ingang van de ‘tunnel‘ te zien waar de Geul doorheen stroomt. Deze tunnel werd speciaal uitgehouwen in de rots om de omleiding van de Geul mogelijk te maken.
Wandeling langs daslook en zinkviooltjes: van Plombières naar Moresnet-Chapelle
Op het volgende deel van deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes wandel je van de mijnsite van Plombières naar het bedevaartsoord Moresnet-Chapelle. Steek het bruggetje over de Geul over en ga de trapjes op die naar de bovenkant van de heuvel leiden. Als je op de rots boven de ingang van de Geultunnel staat, sla je scherp rechts af naar een pad dat door het bos op de heuvelflank loopt. Dit pad eindigt op de verharde verkeersweg Rue du Casino, waar je naar rechts gaat. Rue du Casino maakt honderd meter verderop een haakse bocht naar rechts. Volg de straat tot bij het T-kruispunt met de straat Belle Vue. Op het T-kruispunt ga je naar links en volg je de straat Belle Vue. Ongeveer 60 meter verderop neem je de weg die naar rechts afbuigt (Belle Vue).
De weg Belle Vue heeft zijn naam niet gestolen, want vanaf deze verharde rijbaan krijg je schitterende panorama’s te zien van de omgeving van Moresnet en het Geuldal. In de verte bemerk je het hoge en lange spoorwegviaduct van Moresnet. In de glooiende weilanden zie je tal van bomen met bollen maretak. Maretak komt veel voor in Zuid-Limburg, de Voerstreek en de regio rond het Drielandenpunt. Wandel voort over de weg Belle Vue tot je aan het kruispunt komt met de weg Chemin de Roerberg (rechts). Naast het kruispunt vind je een informatiepaneel waarop je de belangrijkste bezienswaardigheden in het landschap terugvindt.
Zet je wandeling langs daslook en zinkviooltjes verder via Chemin de Roerberg in de richting van Moresnet-Chapelle. Kijk eens even naar de beboste heuvelrug in de verte aan je linkerzijde. De toren die je boven de bomenrij ziet uittorenen, is de 50 meter hoge Boudewijntoren die vlak bij het Drielandenpunt op Belgisch grondgebied werd opgericht.
Chemin de Roerberg eindigt op een T-kruising met de weg Marveld. Sla bij deze kruising af naar links, wandel zo’n 20 meter over de weg Marveld en sla dan af naar rechts, bij een klein kapelletje. Je gaat nu over een onverhard paadje verder richting Moresnet-Chapelle. In het voorjaar kun je langs de twee zijden van het pad bloeiend speenkruid en andere voorjaarsbloeiers bewonderen. Dit onverhard paadje komt uit op de verharde weg Rue de la Coul. Ga nog enkele tientallen meter rechtdoor tot aan een T-kruispunt. Sla hier haaks links af en volg Rue de la Coul richting dorpscentrum. Bij het volgende T-kruispunt ga je weer naar links. Via een klein paadje kom je op de hoofdweg Rue du Moresnet. Wandel naar rechts op Rue du Moresnet tot aan de kapel van het bedevaartsoord.
Een bedevaartsoord bezoeken op je wandeling langs daslook en zinkviooltjes
Deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes geeft je ook de gelegenheid om een bekend bedevaartsoord te bezoeken: het gehucht Moresnet-Chapelle, in het Nederlands ook bekend als Eiksken. Tegenwoordig is Moresnet-Chapelle een gehucht van de gemeente Plombières. De geschiedenis van het bedevaartsoord gaat terug tot 1747. Ene Arnold Franck plaatste toen een beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in een eikenboom op deze plaats. Hij bad vurig om te genezen van epilepsie. Franck genas, en in de jaren die volgden kwamen steeds meer bedevaarders naar hier om te bidden bij het beeld in de eikenboom. In 1823 werd een eerste kapel opgericht. Paters Franciscanen uit Aken vestigden zich in Moresnet-Chapelle in 1875. Zij bouwden de huidige, veel grotere kapel: Chapelle Notre-Dame-Auxiliatrice of, in het Nederlands, de Maria Helpsterkapel.
Op het terrein links naast de kapel legden de Paters Franciscanen in de periode 1898 – 1904 een kruisweg aan, die beslist een bezoekje waard is. De veertien staties van de kruisweg zijn aan de buitenkant opgebouwd met lavablokken. De twaalfde statie, ‘Jezus sterft aan het Kruis’, is de grootste. Deze statie is uitgebeeld als de berg Golgotha met daarop de drie gekruisigden. Voor de statie bevinden zich talrijke rijen bidbanken.
Terug naar het centrum van Moresnet
Na je bezoek aan het bedevaartsoord Moresnet-Chapelle leidt deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes je terug naar het centrum van Moresnet. Met je rug naar de kapel gekeerd, neem je de straat die vlak voor je ligt: Rue de la Clinique. Aan je rechterzijde passeer je ‘Le Centre de soins St-Joseph‘, een complex dat bestaat uit een rusthuis, polikliniek, een eenheid voor palliatieve zorgen en appartementen voor begeleid wonen. Verderop loopt de weg langs enkele huizen en door weiden en velden. Rue de la Clinique eindigt op een T-kruising met de weg Marveld, waar je naar links gaat. Bij het kruispunt staat de moderne kapel Saint-Joseph.
Volg de weg Maarveld helemaal tot in het centrum van Moresnet. Zo’n 400 meter voorbij de kapel Saint-Joseph vang je aan je linkerzijde een glimp op van het kasteel Bempt, dat volledig wordt omgeven door een slotgracht. Het kasteeldomein omvat een 17de-eeuws kasteel en een kasteelboerderij met 19de-eeuwse donjon. De gebouwen zijn in privébezit en helaas niet opengesteld voor bezoekers. Wandel nog een kleine 200 meter verder, en je bereikt weer Rue du Village in het centrum van Moresnet. Ga nog 100 meter naar links om terug bij de kerk uit te komen.
Aan Rue du Village, tegenover de zijkant van de kerk, bevindt zich nog een klein streekmuseum: ‘Maison du Terroir Moresnet‘, in het Nederlands ‘Huis van de Streekeigenheid Moresnet’. Het museum is gevestigd in een voormalige smidse en belicht de geschiedenis en het culturele en sociale leven van Moresnet en omgeving. Je kunt het museum gratis bezoeken op de eerste en derde zondag van de maanden mei tot en met november.
Extra wandeling langs daslook en zinkviooltjes: onder het spoorwegviaduct naar de waterval in de Geul
Wie nog voldoende energie en tijd over heeft, kan deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes uitbreiden met een extra wandellus van 2,5 kilometer, zodat je in totaal 10,5 kilometer aflegt. De extra lus van 2,5 kilometer leidt je onder het spoorwegviaduct door naar de rechteroever van de Geul, waar je na ongeveer 900 meter een pittoresk watervalletje in de Geul kunt bewonderen.
Deze extra wandellus start eveneens bij de kerk in het centrum van Moresnet. Met je rug naar de ingang van de kerk sla je ditmaal af naar links en wandel je de straat ten einde. De straat mondt uit in een smal paadje, dat eindigt op een draaipoortje voor een weiland. Ga door het draaipoortje en volg het wandelpad door het weiland, onder het impressionante spoorwegviaduct door. Je passeert een voetbalveldje. Voorbij het voetbalveldje stap je rechtdoor. Je moet opnieuw door een poortje aan de rand van een bebost gebied. Een eindje verderop stroomt de Geul aan je rechterzijde. Op sommige plaatsen langs de oever zie je weermaals bloeiende daslook.
Wandel voort langs de rechteroever van de kronkelende Geul, waarbij je nogmaals een draaipoortje en een bruggetje over een zijbeek moet passeren. Al snel bereik je een schilderachtig watervalletje in de Geul. Een perfecte plaats om even te pauzeren en het prachtige landschap in je op te nemen.
Blijf het wandelpad zo dicht mogelijk bij de rivier volgen. Het pad eindigt op een T-kruising met de fiets- en wandelroute RAVeL39B. Dit verharde traject ligt op de bedding van een voormalige spoorlijn die van Moresnet naar de zinkmijn in Kelmis liep. Sla bij de kruising af naar rechts, ga de vroegere spoorwegbrug over de Geul over en wandel voort over RAVeL39B richting Moresnet.
Ongeveer 500 meter verderop bereik je een kruispunt, waar je een tiental meter haaks naar rechts gaat, om vervolgens links af te slaan en de straat Rue Foulerie te volgen. De benaming van deze straat is afkomstig van een ‘volmolen’ (in het Frans: foulerie), een watermolen op de Geul die werd gebruikt om wollen stof te bewerken. Vanaf 1860 werd de watermolen ingezet om graan te malen. In 1972 verdween de molen. Een bord op een van de huizen aan je rechterzijde herinnert aan de industriële activiteit die hier ooit plaatsvond. Voorbij de huizenrij stroomt de Geul weer aan je rechterzijde, met het spoorwegviaduct op de achtergrond en de kerktoren van Moresnet in de verte.
Ga rechtdoor op Rue Foulerie, waarbij je terug onder het spoorwegviaduct door wandelt. Bij het T-kruispunt met Rue du Village sla je af naar rechts, om na ca. 280 meter de ingang van de kerk te bereiken, het begin- en eindpunt van deze wandeling langs daslook en zinkviooltjes.
Download ons pakket Voorjaarsbloeiers!
Sta je te popelen om te gaan wandelen tussen kleurrijke wilde voorjaarsbloeiers? Download ons pakket met alle artikelen over wandelingen tussen voorjaarsbloeiers:
- sneeuwklokjes: Wandeling in Kanne en de Jekervallei
- bosanemonen: Wandelen tussen bosanemonen in Bertem
- bosanemonen: Wandeling langs bosanemonen en speenkruid in Mollendaalbos
- boshyacinten: Wandeling langs boshyacinten in het Brakelbos
- boshyacinten en daslook: Wandeling in Raspaillebos en Kluysbos
- boshyacinten en wilde orchideeën: Voorjaarsbloeiers in de Oude Landen
- wilde narcissen: Bloeiende wilde narcissen in Oost-België
- wilde narcissen: Wilde narcissen in de valleien van Fuhrtsbach en Perlenbach
- daslook en zinkflora: Wandeling langs daslook en zinkviooltjes
Van alle wandelingen ontvang je het gpx-bestand voor gps-navigatie en de pdf-bestanden met wandelkaart en tekst van het artikel. Voor al deze bestanden samen vragen wij een bijdrage van 4,95 euro. Je kunt de bestanden onmiddellijk downloaden na online betaling.
Gerelateerde onderwerpen
Lees ook ons artikel over bloeiende daslook in het Raspaillebos en Kluysbos:
Over Even Op Stap
Even Op Stap: dé site waar je leuke ideetjes opdoet voor uitstapjes in gans België!
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Laatste berichten



Kerstmarkten in Amsterdam met shopping en Light Festival

Kerstmarkt Winter in Antwerpen 2025: kerst aan de Schelde

